Ziekenhuisbezoek – Column Joop

In het ziekenhuis kan men zich de principes van de automatisering en het programmeren zeer aanschouwelijk eigen maken. Daarbij doel ik niet op de ingezette apparatuur, maar op de omstandigheden. De volgende voorbeelden zijn geschikt voor basis automatiseringsonderwijs:

1) De context switch.
Voorjaar 1960 kreeg ik buikpijn; het ging niet over, dus mijn moeder sleepte me naar de huisarts. De weledelgeleerde was helaas op vakantie en zijn vervanger, die meer op een gepensioneerde boekverkoper leek, oordeelde "buikgriepje, aspirientje!". Het werd echter steeds erger en wederom maakten wij de gang naar de geneesheer. Die was gelukkig terug en constateerde "opname!" (naar het ziekenhuis dus). Aldaar kwam ik op een zaal met nog 11 patiënten en evenzovele witte jassen verdrongen zich om mijn bed.

Buikvliesontsteking! Dus een week met ijs op mijn buik en niets erin: vasten! Na deze en andere kwellingen mocht, nee, moest ik naar huis: "… over een kwartaal terug komen voor de operatie". Helaas, onze hond liep weg en doordat ik onze hele woonwijk door rende om het huisdier weer terug te vinden, maakte ik me veel te druk en mijn buik ook. Mijn eerste rit met een ambulance! Wederom enige witte jassen rond mijn bed, die mompelden "we kunnen hem nog net redden". Leuk om te weten. Ik werd naar een operatiekamer gerold en op een tafel gehesen. Een van de ‘genezerikken’ sprak mij geruststellend toe: "zo knul, je krijgt een kapje over je gezicht en je zult niets voelen". "Hoeveel is 7 maal 13?"  Zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz …"Eenennegentig!" antwoordde ik tegen een hele andere zaal met 24 bedden langs de zijden en een verpleegster met leeslampje in het midden. Mijn hersenen hadden 3 uur stil gestaan, maar de 'resultaten' waren bewaard gebleven! Net als bij een programma dat even wordt onderbroken of geswapt.

2) Het Java Interface.
Ik zat in de Intercity van Utrecht naar Amsterdam en kreeg plotseling een hevige pijn op de borst. De moeder en twee kinderen in dezelfde coupe liet ik niets merken maar ik moet er pimpelpaars hebben uitgezien.

De eerste mogelijkheid tot ontsnappen was het Amstelstation. Vlakbij was een ziekenhuis, daar had mijn moeder gelegen, wist ik nog. Zodra de deuren open gingen stortte ik me naar buiten en snelde de trap af. In één moeite door rende ik naar de oostelijke uitgang, de hele Wibautstraat uit, en hijgend bereikte ik het ziekenhuis aan het Oosterpark. Bij de balie stond een man in witte jas met een stethoscoop om de nek.

Elke seconde telde nu. Ik wierp me aan zijn voeten en stamelde "Dokter, red me, ik heb een HARTAANVAL!". "Zo, zo", mompelde de man, "en waar komt u nu vandaan?". Met mijn laatste adem produceerde ik: "van het Amstelstation". "Bent u helemaal komen rennen?", kwam het weer. Ik kon alleen nog maar knikken. "Nou, dan hebt u géén hartaanval". Nu besefte ik dat ik enkel en alleen op de witte jas en de stethoscoop was afgegaan. Die man had stukadoor of bakker kunnen zijn geweest, maar die outfit kwalificeerde hem tot mijn 'redder'. Net een Java interface dus.

Oh ja, het bleek een licht geval van hyperventilatie te zijn geweest.

;JOOP!